zaterdag 6 april 2013

In gevecht

Ik heb de lat hoog liggen en daardoor kom ik mezelf telkens tegen.

Ik wil de cityrun lopen.
Ik wil mijn werk goed doen.
Ik wil het thuis gezellig hebben en
Ik wil ook nog doelen halen.

Dan raak ik in gevecht met mezelf.
Ik sta vroeg op en gelukkig slaap ik weer beter.
Dan op tijd naar het werk en dan wil ik de dag goed starten.
Intensief doe ik mijn werk en het lijkt nooit klaar.
De eerste battle is geslagen.

Thuisgekomen, rol ik door in de rol die ik het liefste speel.
Ik kook vaak het eten af, ik probeer aandacht te geven aan mijn liefsten.
Tegen de tijd dat mijn kinderen in bed liggen, na een knuffel en de nodige aandacht, plof ik neer op de bank. Mijn benen willen mijn gewicht niet meer dragen en mijn hoofd wil niets anders dan hersenloos gebabbel.

De dag is op zo'n moment alweer voorbij en de vuile vaat laat ik vaak staan voor mijn thuiswerkende man. Net als de ontbijttrommels en de rest van de woonkamer. En zo vliegt de week.
En dan is er pas in het weekend de rust in mijn lijf om de trainen. Ik geloof dat ik dit met een paar weken anders is. Dan ben ik gewent aan mijn nieuwe ritme, maar nu is het lopen nog een intens gevecht.
Als ik moet gaan, is het een gevecht.
Als ik de eerste stappen zet is het een strijd.
Ik voel de koude wind door mijn kleding jagen en zou het liefst weer terug mijn warme huis in lopen.
Maar ik ben dan toch al buiten, met mijn sportkleding aan.

Na de eerste minuten overvalt een gevoel van kracht. Ik kan dit en ik wil dit, ik wil dit voor Zoyra en haar kracht in haar gevecht voor meer mogelijkheden voor kinderen met een stofwisselingsziekte.
Halverwege is het dan weer vechten met mijn lijf, hier en daar brand het, of willen mijn voeten niet helemaal wat mijn hoofd verwacht.
Maar thuis gekomen is de endorfine toegeslagen en de opluchting een feit.

Maar dit lukt mij nu niet door de week en elke dag als ik thuiskomt stoort me dat. Ik wil alles, alles goed doen, mijn lat ligt hoog.

Aan het einde van de week, ik ben moe en mijn hoofd is overvol van het werken met mensen. Overal waar ik ben zijn mensen, jonge en oude mensen die iets van mijn vragen. En dan heel soms krijg ik een cadeautje, een vrijdagmiddag waarbij mijn huis leeg is. En heel soms daaraan een nacht, alleen.

En zelfs dan, terwijl ik even helemaal met mezelf ben, ben ik in strijd. Ik zie wat ik anders wil voor mijn kinderen, maar ik kan niet anders dan rondhangen. Iets eten en t.v. kijken, en even niets. Ik zou van alles willen, maar uiteindelijk kan ik niet veel anders dan me overgeven aan de moeheid en hersenloos rondhangen. En als dat voorbij is, dan ben ik weer klaar om mezelf te geven in plaats van te bevechten.

1 opmerking:

  1. Ik herken er wel wat in en ik werk dan nog maar drie dagen. Je doet wat je kunt, lieverd en meestal meer. Voel je niet schuldig tegenover Vic, jullie zijn samen verantwoordelijk voor het huishouden, jij niet alleen.

    Liefs, Roos

    BeantwoordenVerwijderen